Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Je kunt ze dus ook voor een zelfstandig naamwoord zetten.

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen in principe de uitgang -e:
Het goede boek. De moeilijke oefening. Onhandige jongen.
Er zijn vier situaties waarin een bijvoeglijk naamwoord niet de uitgang -e krijgt:
1. Wanneer het zelfstandige naamwoord onzijdig is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord bij de onbepaalde vorm geen uitgang.
Bij de bepaalde vorm krijgt het echter gewoon de uitgang -e:
Een mooi kind – Het mooie kind
2. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een materiaal aanduidt, krijgt het de uitgang -en:
De houten lepel, de koperen bel
Dit wordt ook wel een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord genoemd.
3.Wanneer het bijvoeglijk naamwoord een essentieel deel is van de combinatie met het zelfstandig naamwoord, krijgt het geen -e.
Bijvoorbeeld: Het meewerkend voorwerp, het openbaar onderwijs
4. Soms wordt tussen een onbepaald lidwoord en het zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord zonder -e gebruikt. In dat geval hebben ze een bijzondere betekenis:
Een groot staatsman, een talentvol dichter