Bijwoorden zeggen iets over een gezegde, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. We onderscheiden bijwoorden van plaats (hier, daar), tijd (vandaag, wanneer) en hoedanigheid (hard en langzaam).


» Een gezegde: Hij loopt hard.
Hard zegt iets over de manier waarop hij loopt.

» Een bijvoeglijk naamwoord: Dat is een erg mooie kanarie.
Erg zegt iets over de mooie kanarie.

» Een ander bijwoord: Hij loopt heel snel.
Heel zegt iets over snel.

Sommige bijwoorden kunnen gesplitst worden: Daarbij laat ik het. – Daar laat ik het bij. Je benoemt ze als een geheel.