» De bijwoordelijke bepaling (bwb) vertelt iets over een handeling, bijvoorbeeld waar, waarom, wanneer of hoe iets wordt gedaan. Om de bijwoordelijke bepalingen van een zin te vinden, stel je dan ook vragen als: waar, wanneer, waardoor, waarmee, waarheen, wanneer, hoe, hoeveel? Er kunnen meerdere bijwoordelijke bepalingen in een zin voorkomen.

Als de woorden waar, wanneer, waardoor, waarmee, waarnaar, wanneer, hoe, hoeveel aparte zinsdelen zijn, zijn het bijwoordelijke bepalingen.
Als een bijwoordelijke bepaling een zinsdeel is dat uit meerdere woorden bestaat, begint het meestal met een voorzetsel.
Zinsdelen die je makkelijk weg kunt laten, zoals ook, wel, niet en toch zijn ook bijwoordelijke bepalingen.

Voorbeeld: Op de woeste rivier sloeg onze kano onmiddellijk om.
pv = sloeg
ond = onze kano
wwg = sloeg om

Waar sloeg onze kano om? Op de woeste rivier.
Wanneer sloeg onze kano om? Onmiddellijk.

bwb = Op de woeste rivier, onmiddellijk.