Middeleeuwen

Aan deze pagina wordt nog gewerkt.

In de Middeleeuwen (ca. 500 – 1500) onderscheidt men drie perioden. De Vroege Middeleeuwen (500 – 1000) zijn de eeuwen waarin de primitieve Germanen, die het veel hogere ontwikkelde Romeinse Rijk hadden verslagen, een nieuwe beschaving opbouwden. De bekering van de Franken tot het christendom (in de 6e eeuw) speelde daarbij een belangrijke rol. Dankzij de Kerk bleef veel van de oude Romeinse cultuur bewaard. De priesters waren vrijwel de enigen die konden lezen en schrijven en ze hadden daarom het onderwijs in handen. Vanwege de enorme invloed van het christelijke geloof op de samenleving wordt de middeleeuwse cultuur theocentrisch genoemd.