Het onderwerp geeft aan wie of wat iets doet of wat er gebeurt. De makkelijkste manier om het onderwerp te vinden is door de vraag: Wie (Wat) + persoonsvorm? te stellen. Het antwoord op deze vraag is het onderwerp van de zin.

Voorbeeld: De poes ligt op de bank.
pv = ligt
Wie ligt (op de bank) ? = de poes. De poes is dus onderwerp.

Voorbeeld: De koe liep in de wei.
pv = liep
Wie (Wat) liep (in de wei) ? = de koe. De koe is dus het onderwerp.