Beatrijs

Beatrijs is een non van goede komaf die verliefd en al intreedt in het klooster. Hoewel zij uiterst ijverig haar taken in het klooster vervult, slaagt ze er niet in om haar geliefde uit haar hoofd te zetten en ze stuurt hem een brief om haar te komen bezoeken. Bij het raam vertelt ze hem dat ze nog steeds van hem houdt. Hij belooft haar voor haar te zullen zorgen als ze uit het klooster vertrekt en hij zegt haar trouw te zullen blijven. Ze besluiten te vluchten en trekken in het geheim weg, naar een vreemde streek. Daar leven zij zeven jaar in voorspoed en krijgen twee zoons. Dan slaat de crisis toe, ze verliezen hun rijkdommen en de man verlaat haar. Beatrijs werkt als prostituee buiten de stadspoorten om haar kinderen te onderhouden. Na zeven jaar krijgt ze berouw en ze trekt met haar zoons al bedelend door het land. Op een gegeven moment komt ze in de buurt van haar voormalige klooster. Aan een weduwe vraagt ze naar de weggelopen non. Deze weet dat er geen enkele non is weggelopen; sterker nog, de non over wie zij spreekt is uiterst ijverig en zorgvuldig. Het blijkt dat Maria al die tijd de plaats van Beatrijs heeft ingenomen, zonder dat iemand het heeft bemerkt. Beatrijs ruilt weer van plek met Maria en haar zoons worden onder de hoede genomen van een bevriend abt bij wie zij haar zonden opbiecht.