De kleine Johannes

In dit symbolisch sprookje (1885) beschrijft Van Eeden een dromerig jongetje met een hoofd vol fantasieën. De kleine Johannes begint met ‘Ik zal u iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zo gebeurd.’ Johannes houdt veel van de natuur. Op een avond ontmoet hij in de duinen Windekind, een elf, met wie hij vriendschap sluit. Windekind neemt Johannes mee naar het rijk van de dieren. Johannes is zo van deze wereld vervuld, dat hij er wel altijd zou willen blijven. Maar dan laat Windekind Johannes ook de wereld van de mensen zien. Daardoor, en door de ontmoeting met de kabouter Wistik, het meisje Robinetta, op wie hij verliefd wordt, Pluizer, dokter Cijfer, de Dood en uiteindelijk de Ongenoemde, wordt het sprookje gaandeweg steeds grimmiger. Het wordt Johannes steeds duidelijker dat de wereld niet zo mooi in elkaar zit als hij dacht. Uiteindelijk wordt hij voor de ultieme keuze gesteld: zal hij in de sprookjeswereld van Windekind blijven of kiest ervoor om in te treden in de wereld van de mensen, waar hem ‘eindeloos verdriet, vermoeienis en zorg’ wachten? De kleine Johannes is een symbolische vertelling over de levensfasen van de mens en de zoektocht naar geluk.