De stille kracht

Louis Couperus laat twee werelden met elkaar botsen: die van de nuchtere westerse mens en die van het geheimzinnige Oosten. Centraal staat het residentiehuis van Otto van Oudijck in Laboewangi. Van Oudijck lijkt als resident op Java zijn zaakjes op orde te hebben. Tot zijn vrouw Léonie roet in het eten gooit. Zijn jonge, tweede vrouw is een zinnelijke vrouw, die ervan houdt om mannen te verleiden. Niet alleen heeft ze een verhouding met Theo, zoon uit het eerste huwelijk van Van Oudijck, ze legt het ook nog aan met de inlandse hartenbreker Addy, die de geliefde is van Doddy, de dochter van Van Oudijck.

Alles lijkt goed te gaan, maar de stille kracht gaat tegen de Nederlanders werken als resident Van Oudijck een regent ontslaat. Vanaf dat moment vinden er allerlei geheimzinnige gebeurtenissen plaats en wordt de situatie onhoudbaar. Tegelijkertijd lijkt het residentiehuis bezeten door kwaadaardige krachten, culminerend in de scène waarin Léonie met sirih bespuugd wordt terwijl ze onder de douche staat. Een bijfiguur is Eva, die met haar altijd drukke man vlakbij de resident woont. Zij neemt de taken waar die Léonie als residentsvrouw eigenlijk zou moeten uitvoeren: recepties geven, culturele avonden organiseren, etcetera. Zij is de spil van het sociale leven in Laboewangi, maar zij kwijnt weg bij gebrek aan cultuur en avontuur. In tegenstelling tot Léonie blijft ze wel trouw aan haar man.