Karel ende Elegast

Karel ligt rustig te slapen, als hij plotseling wakker wordt van een stem. Die stem zegt hem dat hij uit stelen moet gaan. Karel wil eerst geen gehoor geven aan deze opdracht, want een koning gaat nu eenmaal niet uit stelen. Als de stem hem voor de derde keer maant, beseft Karel dat het God is die hem deze opdracht geeft en kan hij niet anders dan doen wat God hem zegt – ook al begrijpt hij er niets van. Het paleis is in diepe rust verzonken als Karel op pad gaat. In het bos komt hij zijn verbannen vazal Elegast tegen, die Karel wel wil helpen. Samen gaan ze op weg naar het kasteel van Eggerik, de broer van Karel. Daar gebeuren allerlei wonderlijke dingen – er komt zelfs toverkracht aan te pas – en wordt ook duidelijk waarom Karel deze merkwaardige opdracht kreeg.