Rijm is een opzettelijke herhaling van klanken. Er is een klankovereenkomst in niet ver van elkaar verwijderde beklemtoonde lettergrepen. Rijm is al heel oud. Heel vroeger, toen mensen verhalen of belangrijke gebeurtenissen nog niet opschreven, werden ze mondeling aan elkaar verteld. Een tekst die op rijm staat, is namelijk veel makkelijker te onthouden en uit je hoofd te leren. Denk bijvoorbeeld aan minstrelen, die verhalen aan het hof kwamen vertellen en door het hele land trokken.

» Beginrijm (ook wel alliteratie)
Beklemtoonde medeklinkers in rijmende woorden zijn gelijk.
Liesje leerde Lotje lopen langs de Lange Lindelaan
– Heerlijk, Helder, Heineken
– Zon, zee, zand


» Halfrijm (ook wel klinkerrijm of assonantie)
Hierbij rijmen alleen de klinkers.
Piet ziet Riet niet.» Volrijm
De rijmende woorden eindigen hetzelfde.
–  Paard en staart

» Rijm rijm (Rime Riche)
De rijmende klanken zijn hetzelfde.
noot – nood
het avondlicht – in de avond ligt

Metrum is de vaste afwisseling van sterk en zwak beklemtoonde lettergrepen. Het metrum is regelmatig, net als het tikken van de klok. Er zijn verschillende soorten metrum. Metrum vind je vooral in oudere en vormvaste gedichten. Je kunt deze regelmatigheden benoemen met versvoeten; je noemt dit scanderen. Beklemtoonde lettergrepen (sterk) krijgen het teken – en onbeklemtoonde (zwak) het teken v.

De meest voorkomende metrum zijn:
» Jambe (v-)
» Trochee (-v)
» Dactylus (-vv)
» Anapest (vv-)