» Hoofdletters en kleine letters

» Leestekens

Punt (.)
– Een punt zet je aan het eind van een zin.
– Gebruik je bij afkortingen: enz.
– Let op: niet alle afkortingen schrijf je met punten: VVD, NOS, NAC.

Komma’s (,) gebruik je om een zin overzichtelijk te maken.
– Een komma staat op de plaats waar je bij het hardop lezen even een rust neemt.
– In langere zinnen plaats je een komma voor de woorden waarmee een bijzin begint.
– Een bijstelling zet je tussen komma’s.
– Tussen twee persoonsvormen plaats je een komma.

Puntkomma (;)
– Een puntkomma geeft een scheiding aan binnen een zin.

Dubbele punt (:)
– Een dubbele punt staat voor een opsomming of een verklaring.
– Een dubbele punt staat voor een zin die iemand gaat zeggen (directe rede).

Aanhalingstekens
Gebruik je als je iemand citeert.
– Als je een andere dan normale betekenis gebruikt.

Uitroepteken
– Een uitroepteken gebruik je aan het eind van een zin met een bevel of uitroep.

Vraagteken
– Een vraagteken zet je aan het eind van een vraag.

» Meervoudsuitgangen

» De tussenklank in samenstellingen: -s of -e(n)

» Los of aan elkaar?

» Tekens bij letters (trema, koppelteken of apostrof)

» Getallen schrijven

» Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden, telwoorden en voornaamwoorden

.main-inner .columns {width: 100%;padding-left:0 !important;padding-right:0 !important;}

.blog-pager, .footer, .post-footer, .feed-links, .sidebar { display:none !important;}
#main-wrapper {width: 100%; float:none; margin: 0 auto !important;}

#HTML4 {
display: none;
}
#lsidebar-wrapper {
display: none;
}
#rsidebar-wrapper {
display: none;
}