Om te controleren of je met een zinsdeel te maken hebt, kun je proberen of je de woorden van volgorde kunt veranderen. Woorden die steeds alleen staan en groepjes woorden die in een zin steeds bij elkaar staan, noemen we zinsdelen. Je moet een woord of een groepje woorden voor de persoonsvorm kunnen zetten, anders is het geen zinsdeel. Je kunt zinsdelen met strepen aangeven. 

Voorbeeld: In het dierenasiel worden de honden en katten door een aantal stagiaires uitstekend verzorgd.
In het dierenasiel | worden | de honden en katten | door een aantal stagiaires | uitstekend | verzorgd.